2005
Alweer 21 jaar geleden veranderde niet alleen mijn leven, maar ook dat van ons gezin met twee kindjes: de oudste was 3 jaar en de jongste een half jaar. Na mijn zwangerschapsverlof was ik weer begonnen met werken, wat ik met veel plezier deed. Ik zat ik een soort flow, waarin het leek alsof je de hele wereld aankon en je dit de rest van je leven zo wilde houden.

Helaas was dit maar van korte duur. Door een verkeersongeluk in de vroege ochtend, op weg naar mijn werk, veranderde die flow in een reis vol uitdagingen. Een reis waarin de kinderen van baby tot jongvolwassene opgroeiden in een gezin met NAH.

Aandacht voor naasten

Helaas is er in de 21 jaar met NAH, waarin onze kinderen opgroeiden, nauwelijks iets veranderd als het gaat om het betrekken van naasten in een revalidatieperiode die in veel gevallen volgt na het krijgen van niet aangeboren hersenletsel. De focus ligt vooral op de persoon die op welke manier dan ook getroffen is. En eenmaal thuis moet je als gezin ook maar zien te roeien met de bekende riemen.

Ik zou dit graag zien veranderen, want zoals vaak gezegd wordt: ‘NAH heb je niet alleen, maar met je hele gezin.’ Zij worden vaak vergeten als het gaat om verandering, aanpassing en verwerking. De vraag is soms zelfs: wie heeft het in het gezin het zwaarst? Dat is in iedere situatie anders, maar het feit blijft dat de aandacht in grote lijnen bij het slachtoffer ligt en vooral de partner het allemaal zelf uit mag zoeken.

Therapieën en indicaties

De nieuwsgierigheid en leergierigheid die ik gelukkig heb behouden, hebben ervoor gezorgd dat ik veel heb gelezen over mijn type letsel. Wat stond mij te wachten? Hoe ging je hiermee om als gezin? En wat was er voor hulp of therapie beschikbaar?

Naarmate de tijd verstreek en er nieuwe fases in de opvoeding van de kinderen ontstonden, kwamen er ook nieuwe uitdagingen op ons pad. Naarmate de kinderen ouder werden, werd er ook een andere interactie verwacht. Dit was lang niet altijd makkelijk met een brein wat meer tijd nodig heeft om te reageren. Het is triest wanneer de kracht en energie ontbreekt om je te verdiepen in de zorgwereld en je hoogstwaarschijnlijk niet of nauwelijks te weten komt wat de mogelijkheden zijn. Op een enkele uitzondering na zijn er weinig zorgverleners die je erop attenderen wat de opties zijn in de wereld van revalidatie, zorg, therapieën, indicaties, enz. De wereld van NAH bestaat uit heel veel eilandjes die vaak niet eens van elkaars bestaan afweten. Je moet de juiste mensen maar net op het juiste moment tegenkomen die je meer informatie kunnen geven.

Zorg voor kinderen

Na mijn revalidatie kreeg ik het advies om een ambulante begeleidster te laten komen. Maar al gauw gaf deze dame eerlijk toe dat zij niet was opgeleid om een jong gezin te begeleiden. Ze was er in principe alleen voor mij. En ik was niet in staat om alleen voor de kinderen te zorgen. Dus hoe dan verder?

De dreumes-, peuter- en kleutertijd zijn ze goed doorgekomen, mama was thuis en deed wat nodig was. Het besef dat het allemaal zwaar was, was er gelukkig nog niet. Achteraf maar goed ook, want er stond me nog genoeg te wachten.

Toen de basisschoolperiode aanbrak, merkten wij pas dat onze kinderen toch een ander leven thuis hadden dan hun klasgenootjes. Ondertussen waren er al genoeg zorgverleners en verblijven elders de revue gepasseerd: thuiszorg, hulp in de huishouding, nieuwe ambulante hulpverlener, mama naar een kliniek, mama een week weg en zo kan ik nog wel even doorgaan. Hierdoor zagen wij dat er ook professionele hulp voor de kinderen nodig was. Onze dochter was na mijn aanrijding door de politie uit huis gehaald en bleek later hier  angsten door te hebben opgelopen.

We hebben de leerkrachten over het algemeen op de hoogte gehouden, zodat zij ook in konden spelen op wat de kinderen meemaakten en zij goed begrepen werden. Ook een kinderpsycholoog heeft hierbij goed geholpen. Tijdens een tweede revalidatieperiode voor mij,  werden (let wel: op eigen verzoek) de kinderen en mijn partner in de behandeling meegenomen. Was dit maar voor iedereen zo!

Opvoeding

Nu ik terugkijk op de 21 jaar sinds mijn ongeluk, en alle ups en downs van mezelf daarin voorbij laat gaan, ben ik heel blij dat onze kinderen het gewoon geweldig hebben gedaan. Opvoeden is op zich voor iedere ouder een taak die niet zonder slag of stoot gaat. Soms voel ik me schuldig dat ik zoveel ellende heb veroorzaakt. Maar goed, ik heb er niet om gevraagd. Juist het hebben van zulke jonge kinderen heeft ervoor gezorgd dat ik zeker de eerste 15 jaar heel veel profijt heb gehad van de rust en regelmaat die zij nodig hadden. Wie niet eigenlijk?

Een andere ambulante hulp die wij al die tijd in ons gezin hadden, besteedde gelukkig ook de nodige aandacht aan de kinderen. Er volgden verschillende fases die dan een soort update nodig hadden. Naarmate de kinderen ouder werden, kregen zij anders uitgelegd wat er met mij aan de hand was.

En natuurlijk krijg ik de bekende opmerkingen nog regelmatig op me afgevuurd: “Heb ik al gezegd?”, “Dat ben je zeker vergeten”, of “Waarom ga je weer weg?” Maar tegelijkertijd weten ze wel hoe het zit en is het weer goed.

Volwassen

Van twee kleine ukkies naar twee leden van de KMar wie had dat gedacht? Ik ben ondertussen de kleinste van het gezin, en de rollen zijn langzamerhand omgedraaid. Zij brengen mij weg (ik rij nog steeds alleen in en rond onze woonplaats), zij helpen mij met oversteken (mijn inschatting van verkeerssnelheden is nog steeds hopeloos), en zij leggen dingen uit die ik niet direct snap. (Mijn brein fungeert nog steeds als een ouderwetse PC: het duurt allemaal veeeeel langer voor ik iets doorheb.) Het mooiste is dat zij doen alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Dat is de kracht van een gezin dat samen groeit met NAH en beperkingen een deel worden van het dagelijks leven.

Helaas zijn die 21 jaar vol mantelzorg, scherp blijven, meekijken, kinderen ophalen en wegbrengen, opvoeden, werken en nog veel meer, mijn partner niet in zijn koude kleren gaan zitten. Juist nu de kinderen hun plek hebben gevonden, nog wel thuiswonend (mocht er iemand nog plek hebben😊), is hun vader volledig ingestort.

De begeleiding richtte zich op mij, de kinderen, de praktische zaken, en de laatste jaren ook wat op hem. Toch bleven zijn eigen uitputting en frustratie over het gebrek aan erkenning onzichtbaar. Al die jaren heeft hij zichzelf weggecijferd, want wie zag hem? Wie vroeg hem hoe hij het volhield? Hier zullen vast veel partners van mensen met NAH zich in herkennen.

Zo zie je maar weer dat er zoveel gebeurt achter de deur van 21 jaar NAH waar mensen vaak totaal geen benul van hebben en vol aannames blijven zitten. Het is niet anders: wij hebben het opgegeven om het maar uit te blijven leggen.

Als gezin hebben wij het mooi 21 jaar volgehouden.

En de aanhouder wint!

 

Gebruik onderstaande mediaspeler om te luisteren naar de blogpost.

In èèn van mijn eerste blogs Hersenletsel en vriendschap begon ik met de volgende tekst:
Ik ben er inmiddels wel achter gekomen dat vriendschap heel beperkt kan zijn. Je kunt je soms zo vergissen in mensen. Ook heb ik gemerkt dat ik voorzichtig ben geworden met het labelen van mensen als “vriend”. Want als je onverwachts in een situatie terechtkomt waarbij vrienden juist zo’n belangrijke rol kunnen spelen, leer je je echte vrienden pas kennen. Dat is uiteraard iets wat je vaak mensen hoort zeggen, maar het ook meemaken is wel iets anders.

Alleen

De eerste jaren na mijn ongeluk waren een rollercoaster, waarbij ik nauwelijks stilstond bij het onderhouden van vriendschappen. Ik wilde zo snel mogelijk herstellen, zodat ik voor onze (toen nog kleine) kinderen kon zorgen. Dat ging moeizaam en kostte veel energie. Je zou denken dat er dan vrienden zijn die vragen of ze iets voor je kunnen betekenen, maar die waren er niet. De vrienden die er wél waren, waren druk met werk of hadden zelf ook kleine kinderen.

Achteraf kan ik me ook goed voorstellen dat juist door mijn onzichtbare letsel alles wel mee leek te vallen bij ons thuis. En misschien heb ik ook wel mensen van me afgeduwd, omdat wat ik zei lang niet altijd even tactvol was. Woorden waren er al uit voordat ik er ook maar goed over had nagedacht.

Zo niet Natascha! Ik heb me best vaak alleen gevoeld, maar carpe diem en doorgaan is mijn motto, dus niet zeuren.

Begrip

Door te gaan bloggen en later ook ‘Ladies with Brains’-groepjes op te zetten, bleek dat ik lang niet de enige ben die begrip voor het letsel in mijn omgeving zo mist. Als het om het letsel gaat, is iedereen met NAH anders en moet er op zijn of haar eigen manier mee dealen.

Het fijne is wel dat beperkingen zoals overprikkeling door lawaai, licht, beelden en geuren, vermoeidheid, vergeetachtigheid en beperkte belastbaarheid door iedereen met NAH worden begrepen. Het zou mooi zijn als mensen met een gezond brein iets meer begrip zouden tonen voor mensen met NAH, al was het maar een beetje. Bijvoorbeeld een vriendin die zegt: “Kom, we gaan ergens anders heen, want het is hier te druk voor je” of “Zeg maar als je naar huis wilt gaan, wanneer het te veel voor je wordt.” Hoe mooi zou dat zijn?

Nieuwe vriendschappen

Omdat ik zo’n achttien jaar voornamelijk thuis was, ontmoette ik weinig nieuwe mensen. Ik ga wel regelmatig een paar dagen weg, maar ben dan juist blij even helemaal op mezelf te zijn.

De opvoeding van de kinderen vergde meer dan genoeg energie. Via school en dergelijke kwam ik ook met mensen in (voornamelijk oppervlakkige) gesprekken terecht. Voor mij was dat voldoende.

De laatste paar jaar kreeg ik stukje bij beetje meer behoefte om mensen zelf op te zoeken. Klinkt misschien raar, maar het leek wel of ik dat opnieuw moest leren. Vooral omdat dit soort contacten veel van mij vragen. Want meer contacten brengen ook meer informatie met zich mee, en dat wil ik allemaal onthouden. Wat doen ze ook alweer voor werk? Hoe heten hun partners en kinderen? Heb ik bepaalde dingen nu al wel of niet verteld, en durf ik het dan nog een keer te vertellen of te vragen? Willen zij weten hoe ik veranderd ben, of willen ze dat zelf uitvinden?

Dat laatste geldt voornamelijk voor mensen die ik nog van heel vroeger ken. Zo hebben bijvoorbeeld twee vriendinnen van zo’n veertig jaar geleden contact met mij opgenomen via internet (mooi dat ik ben gaan bloggen en zo vindbaar ben 😊). Ik ben hier heel blij mee, want het mooie is dat mijn geheugen van vroeger nog intact is. Ze zullen in dit blog nu wel lezen dat ik van recente gesprekken bar weinig onthoud. En daar baal ik enorm van! Juist van mensen waar ik serieus blij van word, wil ik graag alles blijven onthouden.

Topsport

Het bijhouden van vriendschappen lijkt wel een nieuwe sport die ik ben begonnen, maar ik moet nog wel werken aan mijn mentale conditie. Ik heb hier dus nieuwe strategieën voor bedacht. Om te beginnen heb ik een lijstje gemaakt met de namen van vrienden die ik natuurlijk wil onthouden en met wie ik graag contact heb. Zo zet ik degene die ik het laatst gezien heb onderaan het lijstje, met de datum erbij en kan ik ook niemand vergeten (wat anders jammer genoeg gebeurt). Daarnaast ben ik een nieuw dagboek begonnen, waarin ik kleine samenvattingen maak van wat er tijdens een ontmoeting is besproken. Zo kan ik dit voor een volgende keer even nalezen. Uit ervaring weet ik dat het schrijven van een dagboek helend kan zijn, vooral om je geheugen op te frissen wanneer je stukken uit je verleden of herinneringen aan je opgroeiende kinderen bent vergeten. Lees ook een van mijn eerdere blogs: Dagboek 

Klinkt allemaal best raar als ik het zo beschrijf, maar het voelt ook echt als topsport. Juist op dit vlak merk ik dat mijn geheugen serieus slechter is. Dan maar verder met een geheugen dat op papier staat. Ik ben blij dat ik zo stukje bij beetje vriendschappen weer op kan pakken, en helemaal als ik merk dat ik nu mensen om me heen heb gekregen die begrip tonen voor mijn situatie. Het is voor mij nu makkelijker om eerlijk te zeggen hoe ik me voel.

 

Want verder leven als een mol, daar heb ik geen zin meer in!

Gebruik onderstaande mediaspeler om te luisteren naar de blogpost.

Ik ben bijna een volwassen NAH’er (niet-aangeboren hersenletsel) als gevolg van een verkeersongeluk 21 jaar geleden. Er mag van mij verwacht worden dat ik verstandig met mijn situatie omga. Ik zou moeten weten wat goed voor mij is en wat niet, wanneer ik op de rem moet trappen en ik goed voor mezelf zou moeten zorgen. Ook mijn omgeving zou inmiddels moeten begrijpen hoe ik in elkaar zit.

Das Pech

In de wereld zonder NAH ben je op je 21e niet echt volwassen, ook al wordt dat wel van je verwacht. In mijn geval is dat hetzelfde. Soms kijk ik verbaasd naar mezelf. Ik kan een normaal gesprek voeren, maar plotseling kan ik mijn woorden niet meer vinden of maak ik de meest vreemde woordenspinsels. Ik combineer twee woorden tot één (bijvoorbeeld smierig = smerig + vies), waardoor de ander me aankijkt met een blik van: ‘Waar heb je het over?’ Het gekste is dat ik me er in eerste instantie niet eens bewust van ben wat ik zeg. Ik heb dan ook geen idee hoe ik hiermee om moet gaan.

Boem is ho…

Helaas is mijn rem stuk. De enige rem die bij mij werkt, is een externe: een gezinslid of mijn ambulant begeleidster die me terugroept. Ik baal daar enorm van, maar net als een 21-jarige ga ik lekker door. Ik voel het niet wanneer mijn batterij leeg is. Als ik met iets bezig ben, kan ik niet stoppen. Alarmen of piepjes op mijn mobiel druk ik gewoon uit. ‘Wegwezen met die flauwekul, ik ben nu lekker bezig!’, denk ik dan. Natuurlijk krijg ik altijd achteraf de rekening gepresenteerd, omdat ik bijvoorbeeld zo moe ben dat ik weer misselijk boven een emmer hang. Laten we het er maar op houden dat ik een hardleerse NAH’er ben.

Spiegeltje, spiegeltje

Zelfzorg kun je op verschillende manieren bekijken. Je begint met goed voor je gezin zorgen, gezond eten en voldoende bewegen. Daarnaast is het belangrijk om te douchen, je tanden te poetsen, leuke kleren aan te trekken, je haren te kammen en een lekker luchtje op te doen. Dan kunnen we er weer tegenaan. Er is niemand die ziet dat het lang niet allemaal geweldig gaat. Dat is het voordeel van onzichtbaar letsel. Tegelijkertijd is het ook een enorm nadeel. Zolang je doorgaat met doen wat iedereen van je verwacht, zal niemand zich druk maken om wat er in je hoofd allemaal niet goed gaat.

Gefopt!

Na al die jaren lijkt het een tweede natuur geworden om doodmoe door te blijven gaan met wat je gewend bent te doen. Aangezien mijn rem defect is, ga ik maar door en lijkt het alsof alles goed gaat … althans voor de buitenwereld. Het begon met de opvoeding van twee kleine kinderen. Natuurlijk wil je als moeder dat ze niets tekortkomen en ten koste van jezelf ga je door met zorgen. Op tijd eten, slapen, de kinderen naar school brengen en halen, zorgde er allemaal voor dat ik onbewust in een goed ritme zat. In die tijd leek het allemaal redelijk goed te gaan, zeker met de regelmaat die kleine kinderen nodig hebben. Dit heb ik jarenlang volgehouden: doodmoe met een defecte rem de boel draaiende houden.

Masker af

Ik hoef al enige tijd niet meer voor de kinderen te zorgen. Ze zijn inmiddels oud en wijs (?) genoeg geworden. Toch hou ik nog steeds alles in de gaten en zorg ervoor dat alles thuis soepel blijft lopen. Ja, naast dat ik een NAH’er ben, ben ik ook een pleaser. Daar kan ik nog aan werken, maar aan het eerste niet. Hoewel… misschien zou ik eens moeten laten zien hoe het werkelijk met me gaat. En dat vind ik doodeng , want wat zal de buitenwereld dan oordelen? ☹

Als ik naar mijn eigen grenzen zou leren luisteren en me daarnaar zou gedragen, zou ik om te beginnen mijzelf op de eerste plaats gaan zetten. Hierdoor niet meer naar alle verjaardagen gaan. Want ik heb er echt last van wanneer mensen door elkaar praten. Ik ga niet meer uit eten, omdat het in restaurants altijd druk en rumoerig is waar ik erg overprikkeld van raak. Ik vraag de visite om niet te lang te blijven, omdat ook gezellige gesprekken mij veel energie kosten en ik het eigenlijk al snel niet meer kan volgen (en veel ga zitten gapen). Ik zeg vaker afspraken af, omdat ik een slechte dag heb en mijn hoofd het niet toelaat om de deur uit te gaan. Ik zet vaker een hulpvraag in zonder me hiervoor schamen. Ik kan zo nog wel even doorgaan.

Als ik 21 jaar geleden gelijk al had gedaan wat nodig was, had ik het nu waarschijnlijk veel makkelijker gehad. Ik betaal nu de tol voor het altijd maar doorgaan en doen alsof alles goed gaat. Maar de koek is op. Zoals ik in mijn blog over het Post-NAH effect al schreef, heb ik te veel van  mijn hersencapaciteit verbruikt door maar door te blijven gaan. Dus als ik het leven nog een poosje vol wil houden, dan moet mijn masker echt af en zal ik minder over mijn grenzen moeten gaan en vaker een rustmoment pakken.

Mijn nieuwe ik

Mijn naam is Natascha en ik heb NAH. Ik ben vaak erg moe, vergeetachtig en heb moeite met concentratie, vooral als er geluid om me heen is. Daardoor raak ik snel overprikkeld en heb ik regelmatig last van woordvindingsproblemen. Het voelt alsof ik puur op het reserve van mijn batterij leef.

Verder ben ik nog best gezellig, leergierig en sta ik open voor nieuwe dingen, al moet ik wel mijn batterij in de gaten houden.

Wees lief voor me. Ik doe echt mijn best!

Gebruik onderstaande mediaspeler om te luisteren naar de blogpost.

Wanneer je hersenletsel hebt gekregen, ligt het voor de hand om te blijven hangen in alles wat in negatieve zin is veranderd. Het is ook een enorme klap die je moet verwerken, inclusief alle veranderingen die je een plek moet geven in je leven. En ja, daar horen ook je beperkingen bij. En nee, dit verandert nooit meer. Wat stuk is, is stuk, ook in je hersenen. Het is een lange weg van ontdekken, verwerken, aanvaarden en doorgaan. Ik kan dit maar beter zo gezegd hebben. Mij is altijd geleerd dat je het beste met slecht nieuws kunt beginnen.

Negatief

Helaas heb ik in de afgelopen 20 jaar best veel mensen met NAH ontmoet die een gordijn van negativiteit over zich heen hadden hangen. Heel begrijpelijk, maar zó jammer. De wereld is al verrot genoeg, dus probeer er nog wat van te maken. Stop je ellende niet weg. Het is prima om zo nu en dan het verdriet en de boosheid te voelen, maar probeer ook te denken aan iets wat de moeite waard is om voor te vechten. Waar is je veerkracht? Stilstaan is achteruitgaan.

Dan je revalidatieproces, ook zo’n tijd waar je gedragen wordt door alles wat je is overkomen en wat het heeft gebracht. Shit ja. En realiseer je dat die shit niet alleen van jou is, maar ook van je naasten. Ook zij krijgen dat erbij. Lees dat maar in mijn vorige blog van mijn partner Marco Mijn partner met NAH en onze kinderen Mijn mama met hersenletselMama met hersenletsel 

Positief

Er zijn nog zoveel dingen die je blij kunnen maken. Voor mij waren dat onze twee kinderen. Zij hebben er ongemerkt voor gezorgd dat ik door al die jaren heen ben gekomen. Natuurlijk was de opvoeding zwaar, maar de liefde die je krijgt, overspoelt alle ellende. Die lieve kleine ukkies die tegen je aanhangen, wat ervoor zorgt dat je helemaal in het moment op kunt gaan en het letsel er even niet is, dat is toch heerlijk? Kinderen nemen je zoals je bent, geen probleem. Lekker kleien, kleuren, dansen, noem maar op. Niets hoeft mooi, binnen de lijntjes of ritmisch te zijn. Gewoon doen. En zo zijn er zoveel meer mooie momenten die je kunt beleven, ook in je vriendschappen.

Lotgenoten

Het mooie is wanneer je ervaringen en je ellende kunt delen. Voor mij was dit kort na mijn ongeval heel belangrijk. Ik begreep mezelf amper en wilde graag lotgenoten ontmoeten om te horen hoe zij dingen ervaarden en oplossingen hadden voor de dingen waar ik tegenaan liep. Maar waar vind je die? Niet in de revalidatie; daar waren ze allemaal 60+. Dus ik besloot een oproep te doen voor jonge moeders in dezelfde situatie. Zegge en schrijve kwam daar één reactie op, van een vader met drie jonge kinderen nota bene. Het eerste wat er in mij opkwam, was: “Wat moet ik daar nu weer mee?” Ondertussen ben ik bijna twintig jaar bevriend met Ruurd. Hoe mooi is dat?

Ruurd

Als iemand een lintje verdient voor zijn positiviteit en doorzettingsvermogen, dan is het Ruurd wel. Een toffe vent met een hart van goud die zoveel redenen meer heeft om te klagen dan de gemiddelde NAH’er. Hij kreeg een motorongeluk op zijn 40e en was toen vader van drie zoontjes tussen de 2 en 6 jaar. Door de situatie strandde zijn huwelijk en werd hij ook afgekeurd voor werk. Door de enorme klap van het ongeluk is hij fysiek zwaar beperkt geraakt, waardoor hij nu in een scootmobiel zit. Een beschadigde hypofyse heeft er onder andere toe geleid dat hij zo’n 60 kg zwaarder is geworden en ontving hij vrijwel alle zorgondersteuning in huis om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen. Nu woont hij begeleid. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Ondanks dit alles weet Ruurd nog altijd het leven positief te benaderen. Hij geniet van zijn vier kleinkinderen, gaat regelmatig kijken wanneer zijn kinderen een sportwedstrijd hebben, luistert graag naar muziek, is attent tegenover de mensen om hem heen die hij spontaan een bloemetje of kaartje stuurt, enzovoort. Hij heeft een mooi evenwicht kunnen vinden tussen het negatieve en positieve in zijn leven. Het eerste wat hij me zei, was dat het woord “lotgenoten” verwisseld zou moeten worden voor “medestander”. Wat veel minder negatief klinkt en dat ben ik met hem eens. Zo’n medestander als Ruurd gun ik iedere NAH’er in zijn/haar omgeving. Al is het maar om je even met beide benen op de grond te krijgen.

Verhuizen en logeren

En dat laatste heeft Ruurd zeker voor mij mogelijk gemaakt! Op het moment dat ik dit schrijf, verblijf ik in zijn woning en is hij verhuisd naar een woongroep voor mensen met hersenletsel. Ruurd had zowel fysiek als psychisch zoveel te verstouwen dat het niet meer mogelijk was voor hem om zelfstandig te blijven wonen. Dat terwijl hij juist een mooi flatje had en heel gelukkig werd van deze plek. Hij genoot van de praatjes die hij had met iedereen die voorbij zijn tuintje liep. Hij lult ook met iedereen en het maakt niet uit waarover.
Zijn woning stond tijdelijk leeg en hij bood mij aan om hier af en toe naartoe te vluchten of te logeren; (lees hierover een vorig blog: Logeren of vluchten  het is maar hoe je het noemt. Ik heb het nodig en hij heeft daar begrip voor, dus stelde hij zijn woning beschikbaar totdat een van zijn kinderen erin zal gaan wonen. En ik maak daar heel dankbaar gebruik van. Hoe bijzonder is dat, dat iemand dit voor je doet? Daar word je toch heel blij (en dankbaar) van?

Realistisch

Natuurlijk zou ik gek zijn als ik zou zeggen dat het wel prima is zoals ik nu leef. Want dat is het zeker niet. Het gaat echt niet altijd even lekker. Maar zoals ik al begon, het is wat het is en ik moet er verder mee. Onze kids zeggen: YOLO, oftewel You Only Live Once, dus ik moet er wel wat van maken en dat doe ik graag met mensen zoals mijn vriend Ruurd, die het leven nog met een glimlach tegemoet kunnen zien.

En dan mag ik zeker niet klagen!

 

Gebruik onderstaande mediaspeler om te luisteren naar de blogpost.

Een ervaringsverhaal over liefde, verlies en het vinden van een nieuw evenwicht in een relatie waarin NAH een streep trok. Er kwam een tijd voor en na het ongeluk.

Lees meer

Toen ik dacht alles wel zo’n beetje te weten over NAH en wat er allemaal bij komt kijken, kwam er tóch nog iets onverwachts om de hoek kijken: het post-NAH effect.
Die had ik even niet aan zien komen.

Wanneer je denkt dat je alles wel verwerkt hebt en je je hebt aangepast, kunnen jaren na je letsel klachten terugkomen of versterken. Denk hierbij aan: vermoeidheid, prikkelbaarheid, langzamer denken/handelen, moeite met het vasthouden van de aandacht, concentratieproblemen, moeite met plannen en organiseren, etc. Niet als terugval, maar als iets wat zich langzaam opbouwt in de loop van de jaren.
Een stille echo van het oorspronkelijke letsel.

Lees meer

In juni 2024 heb ik een groepje dames met verschillende soorten hersenletsel bij elkaar weten te krijgen. Na zelf bijna 20 jaar hersenletsel te hebben, vond ik het tijd om fysiek mensen bij elkaar te brengen, het liefst zo dicht mogelijk bij huis. Ik koos ervoor om het groepje klein te houden vanwege de prikkelgevoeligheid waar velen van ons mee kampen.

Lees meer

Ik blijf me verbazen dat er nog heel wat mensen met hersenletsel zijn die niets van het bestaan van ambulante begeleiding afweten, laat staan hoe of waar je zo iemand vindt. Ik hoor vaak verhalen over een moeilijke tijd die mensen door proberen te komen en telkens weer tegen zaken aan blijven lopen waar ze zelf geen oplossing voor kunnen bedenken. Ik vind dat zo triest!

Lees meer

Er lopen inmiddels twee groepjes “Ladies with brains”, één online en één in fysieke vorm en ik moet eerlijk zeggen: ik word er heel erg blij van en ben trots op mezelf dit te hebben opgestart.  Het blij zijn of ergens van kunnen genieten is voor veel mensen in mijn situatie iets waar niet vaak over gesproken wordt.

Lees meer

Ons jongste kind kent mij niet anders dan hoe ik ben, dus mét NAH. Voor ons oudste kind geldt in principe hetzelfde, hoewel zij nog wel een herinnering heeft aan wat er allemaal gebeurde toen zij door de politie uit huis werd gehaald.

Lees meer